Haafiz Ibn Taymiyah zegt:
فالنبي - صلى الله عليه وسلم - خالفهم، وأمر الصحابة أن يجعلوا إحرامهم بالحج أو بالحج والعمرة متمتعين، وأخذ بهذا ابن عباس وعلي -رضي الله عنهما-، وجماعة، وأبو موسى كانوا يفتون بالمتعة، ولما ناظر بعض الناس، ناظروا ابن عباس -رضي الله عنهما- وقالوا
"De Profeet week af van hen en gebood de Metgezellen om hun gewijde staat van Ihraam met de Hajj te combineren of met de Hajj en de 'Umrah als zijnde een Hajj at-Tamattu'. Ibn 'Abbaas en 'Ali alsook een groep en Abu Musa volgden dit op en vaardigden allen de fatwah uit die (de Hajj at-Tamattu') toelaat. Toen enkele mensen (religieuze) discussies aangingen, gingen zij ook in discussie met Ibn 'Abbaas en vroegen hem:
أنت تفتي بالمتعة، وأبو بكر وعمر يفتون الناس بالإفراد -إفراد الحج- فكيف تخالف؟
فقال ابن عباس -رضي الله عنهما- وشد عليهم، وقال
"Jij vaardigt een fatwah die de Hajj at-Tamattu' toelaat, terwijl Abu Bakr en 'Umar de mensen geboden om alleen de Hajj al-Ifraad te verrichten (zonder 'Umrah)? Hoe kun je [van hun standpunt] afwijken?" Hierop zei Ibn 'Abbaas en hij was streng tegen zei:
أنا أفتيكم بالسنة، أنا معي السنة، وأنتم معكم قول أبي بكر وعمر، يوشك أن تنزل عليكم حجارة من السماء، أقول: قال رسول الله، وتقولون: قال أبو بكر وعمر؟ كيف تعارضون السنة بقول أبي بكر وعمر؟
"Ik heb jullie een fatwah uitgevaardigd op basis van de Sunnah. De Sunnah is aan mijn zijde! Maar aan jullie zijde is de uitspraak van Abu Bakr en 'Umar. Het zal niet lang meer duren totdat er stenen op jullie zullen neerstorten vanuit de hemel, gezien ik zeg: "De Boodschapper van Allaah zei", terwijl jullie daarop zeggen: "Abu Bakr en 'Umar zeiden: ... ?!" Hoe kunnen jullie tegen de Sunnah ingaan met de uitspraak van Abu Bakr en 'Umar?!''
فإذا كان الذي يعارض السنة بقول أبي بكر وعمر يُخشى أن تنزل عليه حجارة من السماء،
فكيف بمن يعارض السنة بقول فلان وعلان؟
[Haafiz Ibn Taymiyah zegt vervolgens]: "Dus als er voor degene die tegen de Sunnah ingaat met de uitspraak van Abu Bakr en 'Umar gevreesd wordt dat stenen op hem zullen neerstorten vanuit de hemel, wat dan te zeggen over degene die tegen de Sunnah ingaat met de woorden van Jan en Alleman?!!"
Tuesday, 6 October 2009
Monday, 5 October 2009
Umar Ibn Al-Khattab رضي الله عنه
Zayd Ibn Aslam heeft op gezag van zijn vader overgeleverd:
"Ik ging naar buiten met Umar Ibn al-Khattaab richting hurratu waaqim totdat wij aankwamen bij Siraar. Er was (in de verte) een vuur aangestoken. Umar zei: "O Aslam, ik denk dat zij reizigers zijn, die beperkt zijn door de nacht en de kou (om hun reis te vervolgen)". Wij liepen snel naartoe tot wij dichtbij hun kwamen. Het bleek een vrouw te zijn met haar kinderen. Zij had een kookpan op het vuur gezet en haar kinderen maakten ruzie.
فقال عمر: السلام عليكم يا أصحاب الضوء وكره أن يقول: يا أصحاب النار،
قالت: وعليك السلام، قال: أأدنوا؟ قالت: ادن بخير أو دع
Umar zei: "As-Salaamu 'Alaykum, O mensen van het licht" en hij had een afkeer van het zeggen: "O mensen van het vuur!" De vrouw zei: "Wa 'Alayka as-Salaam". Umar zei: "Mogen wij dichterbij komen?" De vrouw zei: "Kom dichtbij met het goede anders neem afstand". Dus wij gingen dichterbij ...
فقال: ما بالكم؟ قالت: قصر بنا الليل والبرد، قال: فما بال هؤلاء الصبية يتضاغون؟
قالت: الجوع، قال: وأي شيء في هذا القدر؟ قالت: ماء أسكتهم به حتى يناموا، الله بيننا وبين عمر! قال: أي رحمك الله، ما يدري عمر بكم! قالت: يتولى أمرنا ويغفل عنا!
Umar vroeg: "Wat is er met jullie?" De vrouw zei: "Wij zijn beperkt door de nacht en de kou". Umar vroeg: "En waarom maken deze kinderen ruzie?" De vrouw zei: "Door de honger". Umar vroeg: "Wat is er in deze pan?" De vrouw zei: "Ik verhit slechts water daarin zodat zij in slaap vallen (denkend dat er eten in zit)! Allah zal beslissen tussen ons en Umar!" Umar vroeg:
"Moge Allah u genadig zijn! En hoe kan Umar van uw toestand op de hoogte zijn?" De vrouw zei: "Hij neemt de heersschappij over ons en vergeet ons (vervolgens)?!"
{Zij wist niet dat zij tegen Umar zelf zat te praten ... }
Umar draaide zich naar mij toe en zei: "Loop". Hij rende naar het Huis van meel. Hij haalde daar meel en olie uit en ging weer teruglopen. Ik zei tegen hem: "Laat mij het voor u dragen ya amieral mu'minien!" Umar zei: "Nee, zal jij mijn zondes dragen op dag der opstanding?!" Ik plaatste het meel en olie op hem en wij gingen rennen totdat wij bij de vrouw en haar kinderen aankwamen. Hij legde het meel en olie bij haar en zei tegen haar: "Gooi (het meel) beetje bij beetje terwijl ik roer".
Vervolgens ging hij blazen onder de kookpan - hij had een lange en dikke baard - totdat ik het licht van het vuur zag schijnen door zijn baard. Daarna legde hij het pan op het vuur. Vervolgens zei hij: "Overhandig mij iets (om eten op te dienen)". Zij gaf hem een dienblad en hij schepte het eten daarop. Hij zei tegen haar: "Geef hun te eten en ik zal verder gaan met eten maken".
Umar ging verder totdat de kinderen genoeg hadden. Hetgeen wat overbleef liet hij achter bij haar. Toen stond hij op en vertrok en ik vertrok met hem ... De vrouw zei tegen Umar:
جزاك الله خيراً! أنت أولى بهذا من أمير المؤمنين!
فيقول: قولي خيراً، إنك إذا جئت أمير المؤمنين وجدتني هناك إن شاء الله
"Jazaka Allahu Khayran, u verdient het beter om onze leider te zijn dan Umar!" Umar zei: "Spreek het goede! Als u bij amirul mu'minien komt zult u mij daar treffen Insha'Allah".
Toen lieten wij hun achter en gingen wij hun vanuit de verte in de gaten houden. Ik sprak hem en zei: "U heeft andere zaken behalve hun" en hij antwoordde mij niet totdat hij de kinderen weer blij zag spelen en zij gingen slapen. Hij zei tegen mij:
"O Aslam, de honger liet hun niet slapen en heeft hun doen huilen. Ik kon niet weggaan voordat ik hetgeen zag ik net zag".
{"Tariekh al-Tabari", 2/568}.
"Ik ging naar buiten met Umar Ibn al-Khattaab richting hurratu waaqim totdat wij aankwamen bij Siraar. Er was (in de verte) een vuur aangestoken. Umar zei: "O Aslam, ik denk dat zij reizigers zijn, die beperkt zijn door de nacht en de kou (om hun reis te vervolgen)". Wij liepen snel naartoe tot wij dichtbij hun kwamen. Het bleek een vrouw te zijn met haar kinderen. Zij had een kookpan op het vuur gezet en haar kinderen maakten ruzie.
فقال عمر: السلام عليكم يا أصحاب الضوء وكره أن يقول: يا أصحاب النار،
قالت: وعليك السلام، قال: أأدنوا؟ قالت: ادن بخير أو دع
Umar zei: "As-Salaamu 'Alaykum, O mensen van het licht" en hij had een afkeer van het zeggen: "O mensen van het vuur!" De vrouw zei: "Wa 'Alayka as-Salaam". Umar zei: "Mogen wij dichterbij komen?" De vrouw zei: "Kom dichtbij met het goede anders neem afstand". Dus wij gingen dichterbij ...
فقال: ما بالكم؟ قالت: قصر بنا الليل والبرد، قال: فما بال هؤلاء الصبية يتضاغون؟
قالت: الجوع، قال: وأي شيء في هذا القدر؟ قالت: ماء أسكتهم به حتى يناموا، الله بيننا وبين عمر! قال: أي رحمك الله، ما يدري عمر بكم! قالت: يتولى أمرنا ويغفل عنا!
Umar vroeg: "Wat is er met jullie?" De vrouw zei: "Wij zijn beperkt door de nacht en de kou". Umar vroeg: "En waarom maken deze kinderen ruzie?" De vrouw zei: "Door de honger". Umar vroeg: "Wat is er in deze pan?" De vrouw zei: "Ik verhit slechts water daarin zodat zij in slaap vallen (denkend dat er eten in zit)! Allah zal beslissen tussen ons en Umar!" Umar vroeg:
"Moge Allah u genadig zijn! En hoe kan Umar van uw toestand op de hoogte zijn?" De vrouw zei: "Hij neemt de heersschappij over ons en vergeet ons (vervolgens)?!"
{Zij wist niet dat zij tegen Umar zelf zat te praten ... }
Umar draaide zich naar mij toe en zei: "Loop". Hij rende naar het Huis van meel. Hij haalde daar meel en olie uit en ging weer teruglopen. Ik zei tegen hem: "Laat mij het voor u dragen ya amieral mu'minien!" Umar zei: "Nee, zal jij mijn zondes dragen op dag der opstanding?!" Ik plaatste het meel en olie op hem en wij gingen rennen totdat wij bij de vrouw en haar kinderen aankwamen. Hij legde het meel en olie bij haar en zei tegen haar: "Gooi (het meel) beetje bij beetje terwijl ik roer".
Vervolgens ging hij blazen onder de kookpan - hij had een lange en dikke baard - totdat ik het licht van het vuur zag schijnen door zijn baard. Daarna legde hij het pan op het vuur. Vervolgens zei hij: "Overhandig mij iets (om eten op te dienen)". Zij gaf hem een dienblad en hij schepte het eten daarop. Hij zei tegen haar: "Geef hun te eten en ik zal verder gaan met eten maken".
Umar ging verder totdat de kinderen genoeg hadden. Hetgeen wat overbleef liet hij achter bij haar. Toen stond hij op en vertrok en ik vertrok met hem ... De vrouw zei tegen Umar:
جزاك الله خيراً! أنت أولى بهذا من أمير المؤمنين!
فيقول: قولي خيراً، إنك إذا جئت أمير المؤمنين وجدتني هناك إن شاء الله
"Jazaka Allahu Khayran, u verdient het beter om onze leider te zijn dan Umar!" Umar zei: "Spreek het goede! Als u bij amirul mu'minien komt zult u mij daar treffen Insha'Allah".
Toen lieten wij hun achter en gingen wij hun vanuit de verte in de gaten houden. Ik sprak hem en zei: "U heeft andere zaken behalve hun" en hij antwoordde mij niet totdat hij de kinderen weer blij zag spelen en zij gingen slapen. Hij zei tegen mij:
"O Aslam, de honger liet hun niet slapen en heeft hun doen huilen. Ik kon niet weggaan voordat ik hetgeen zag ik net zag".
{"Tariekh al-Tabari", 2/568}.
Sunday, 4 October 2009
"Verily, we are not fuqaha"
Ash-Sha'bie said:
إنا لسنا بالفقهاء ، ولكنا سمعنا الحديث فرويناه ، ولكن الفقهاء من إذا علم عمل
إنا لسنا بالفقهاء ، ولكنا سمعنا الحديث فرويناه ، ولكن الفقهاء من إذا علم عمل
ENGLISH:
"Verily, we are not fuqaha' (men of understanding). We merely listen to the hadith and then narrate it to others. Rather, the fuqaha' are those who, when they know something, act upon it."
NEDERLANDS:
"Voorwaar, wij zijn geen fuqaha. Wij luisteren slechts naar ahaadith en leveren die over aan anderen. Maar de fuqaha dat zijn degenen die naar hun kennis handelen."
["Iqtidaa Al-'ilm Al-'Amal", 77].
"Indeed there is a Paradise in this world"
Haafiz Ibn Taymiyah said:
إن في الدنيا جنة من لم يدخلها لم يدخل جنة الآخـــرة
إن في الدنيا جنة من لم يدخلها لم يدخل جنة الآخـــرة
ENGLISH:
"Indeed there is a Paradise in this world (i.e. he means the sweetness of imaan); whoever does not enter it will not enter the Paradise of the hereafter".
NEDERLANDS:
"Voorwaar, er is een paradijs op aarde (i.e. de zoetheid van iman) en wie haar niet binnentreedt zal het paradijs van het hiernamaals ook niet binnentreden!"
"Nothing deserves a long prison sentence"
Abdullah Ibn Mas'ud said:
والله الذي لا إله إلا هو، ما على وجه الأرض شيء أحوج إلى طول سجن من لسان
والله الذي لا إله إلا هو، ما على وجه الأرض شيء أحوج إلى طول سجن من لسان
ENGLISH:
"By Allah, besides Whom no god exists, nothing deserves a long prison sentence more than the tongue".
NEDERLANDS:
"Ik zweer op Allaah, Degene naast Wie niemand het recht heeft om aanbeden te worden! Er is niks op aarde die het meer verdient om gevangen gezet te worden dan de tong!"
["Al-Musannaf", 26499].
"Woe be to me!"
كان توبة بن الصمة من المحاسبين لأنفسهم فحسب يوماً، فإذا هو ابن ستين سنة، فحسب أيامها، فإذا هي أحد وعشرون ألف يوم وخمسمائة يوم، فصرخ وقال: يا ويلي! ألقى ربي بأحد وعشرين ألف ذنب؟ كيف وفي كل يوم آلاف من الذنوب؟ ثم خر مغشياً عليه فإذا هو ميت
ENGLISH:
"It is said about Tawbah bin Samah that he daily took account of himself. One day he calculated his age and concluded that sixty years of his life had passed. Then he counted the days in sixty years and that came to twenty one thousand six hundred. He was shocked and said to himself, "Woe be to me. Will I face Lord having committed twenty one thousand six hundred sins". After having uttered these words he fell down unconscious and passed away (in grief)".
NEDERLANDS:
"Tawbah ibn As-Sammah behoorde tot degenen die zichzelf ter verantwoording riepen. Op een dag berekende zijn leeftijd, hij was er toen 60 jaar oud. Hij berekende daarna zijn dagen, die waren 21.500 dagen. Toen schreeuwde hij: 'Wee mij! Zal ik mijn Heer ontmoeten met 21.000 zonden?! En hoe zal het dan zijn als er in elke dag duizend zonden werden gepleegd?!" Toen zakte hij in elkaar en er bleek dat hij overleden was (in verdriet) ...
["Muhasabat an-Nafs", 48].
Subscribe to:
Posts (Atom)